NEDERLANDS
🇳🇱

Drogist

deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

'Drogist' verwijst naar één persoon die in een drogisterij werkt of de eigenaar is van een drogisterij.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

'Drogisten' verwijst naar meerdere personen die in drogisterijen werken of meerdere eigenaren van drogisterijen.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het diminutief 'drogistje' wordt vaak gebruikt om een kleine, gezellige drogisterij aan te duiden, of om vertrouwelijkheid en genegenheid uit te drukken.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • drogisterij

    Een winkel waar je medicijnen, cosmetica en huishoudelijke producten kunt kopen.

  • drogistproduct

    Een product dat je bij een drogist koopt.

  • drogistenketen

    Een keten van drogisterijen.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • medicijnen

    Drogisten verkopen vaak vrij verkrijgbare medicijnen zoals pijnstillers en hoestdrank.

  • cosmetica

    Drogisten verkopen een breed assortiment aan cosmetische producten zoals make-up en huidverzorging.

  • gezondheid

    Drogisten kunnen advies geven over gezondheidsproducten en lichte gezondheidsklachten.

  • aanbieding

    Drogisten hebben vaak speciale aanbiedingen op producten.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'drogist' wordt vaak gebruikt om zowel de persoon als de winkel aan te duiden, hoewel 'drogisterij' specifiek naar de winkel verwijst.
  • countability:'Drogist' is telbaar. Je kunt spreken over één drogist of meerdere drogisten.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.