🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

werkwoord

Het werkwoord 'drinken' kan verwijzen naar het consumeren van vloeistoffen of het delen van een sociale activiteit.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik heb dorst, ik wil iets drinken.

    infinitief, neutraal

  • Zij is drinkend weggegaan.

    tegenwoordig deelwoord, neutraal

  • Jij dronk te veel op het feest.

    verleden tijd, neutraal

  • Drink het niet zo snel!

    gebiedende wijs, neutraal

  • Als jij drinke wilt, ga dan naar de bar.

    aanvoegende wijs, neutraal

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.