Dun
Attributieve vormen
Als je 'dun' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'dunne'. Bijvoorbeeld: 'een dunne draad' of 'de dunne muur'. Alleen bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je 'dun': 'dun papier'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'dun'. Bijvoorbeeld: 'De stof is dun' of 'Het ijs wordt dun'. Je zegt nooit 'dunne' in deze gevallen.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets dunner is, gebruik je 'dunner'. Je kunt dit combineren met 'dan' om een vergelijking te maken: 'Deze trui is dunner dan die trui'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor het dunste gebruik je 'dunst' of 'dunste'. Na 'het' of 'de/het ... is' gebruik je 'dunst': 'Dit is het dunst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'dunste': 'de dunste laag verf'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Dun' kan zowel letterlijk (over dikte) als figuurlijk (over hoeveelheid) gebruikt worden. Bijvoorbeeld: 'De mist is dun' (weinig mist) of 'De koffie is dun' (niet sterk).
- spelling:In de overtreffende trap verandert de 'n' in een 's': 'dunst'. Dit is een regelmatige verandering bij sommige adjectieven die eindigen op '-n'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.