NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'duwen' beschrijft een fysieke actie waarbij kracht wordt uitgeoefend om iets of iemand in een bepaalde richting te bewegen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in uitdrukkingen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Tegenwoordig deelwoord

Voltooid deelwoord

Voorbeelden

  • Ik **duw** de deur open omdat mijn handen vol zijn.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Duw** niet zo hard, je doet me pijn!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij **duwde** de fiets de berg op, hoewel het heel zwaar was.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de auto samen **geduwd** toen hij niet wilde starten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Het is noodzakelijk dat jullie **duwen** om de kast te verplaatsen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.