Attributieve vormen
Als je zegt 'de dwarse kat' of 'een dwarse man', gebruik je 'dwarse' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de dwarse
- "De dwarse kat kijkt niet naar mij."
- Met onbepaald lidwoord
- een dwarse
- "Een dwarse persoon doet vaak het tegenovergestelde."
- Zonder lidwoord
- dwars
- "Hij is soms gewoon dwars."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'dwars': De man is dwars.
Vergrotende trap
Bij de vergrotende trap gebruik je 'dwarser' om te zeggen dat iemand meer dwars is dan iemand anders. Bijvoorbeeld, 'Hij is dwarser dan zijn zus.'
- Grondvorm
- dwarser
- "Zij is dwarser dan haar broer."
- Met "dan"
- dwarser
- "Hij is dwarser dan voorheen."
Overtreffende trap
Bij de overtreffende trap gebruik je 'dwarste' om te zeggen dat iemand de meest dwars is. Bijvoorbeeld, 'Zij is de dwarste van allemaal.'
- Attributief
- de dwarste
- "Hij is de dwarste in de klas."
- Predicatief
- dwarst
- "Zij is het dwarst vandaag."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'dwars' wordt gebruikt om een persoon te beschrijven die tegen de normale regels in gaat.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.