🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je zegt 'de dwarse kat' of 'een dwarse man', gebruik je 'dwarse' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de dwarse
"De dwarse kat kijkt niet naar mij."
Met onbepaald lidwoord
een dwarse
"Een dwarse persoon doet vaak het tegenovergestelde."
Zonder lidwoord
dwars
"Hij is soms gewoon dwars."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'dwars': De man is dwars.

dwars
"Hij is dwars vandaag."

Vergrotende trap

Bij de vergrotende trap gebruik je 'dwarser' om te zeggen dat iemand meer dwars is dan iemand anders. Bijvoorbeeld, 'Hij is dwarser dan zijn zus.'

Grondvorm
dwarser
"Zij is dwarser dan haar broer."
Met "dan"
dwarser
"Hij is dwarser dan voorheen."

Overtreffende trap

Bij de overtreffende trap gebruik je 'dwarste' om te zeggen dat iemand de meest dwars is. Bijvoorbeeld, 'Zij is de dwarste van allemaal.'

Attributief
de dwarste
"Hij is de dwarste in de klas."
Predicatief
dwarst
"Zij is het dwarst vandaag."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'dwars' wordt gebruikt om een persoon te beschrijven die tegen de normale regels in gaat.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.