Attributieve vormen
Als je zegt 'de echte vriend' of 'het echte huis', gebruik je 'echt' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de echte, het echte, de echte
- "Dit is de echte Diamant."
- Met onbepaald lidwoord
- een echte, een echt, echte
- "Dat is een echte vriend."
- Zonder lidwoord
- echt
- "Deze situatie is echt moeilijk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'echt': De film is echt interessant.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt en je zegt 'echter', dan gebruik je deze vorm, bijvoorbeeld: 'De kleur is echter mooier.'
- Grondvorm
- echter
- "Deze optie is echter beter."
- Met "dan"
- echer
- "Hij is echter slimmer dan zijn broer."
Overtreffende trap
Als je het over de beste of meest oprechte hebt, gebruik je 'echtst' of 'echtste', zoals in 'Hij is de echtste jongen in de klas.'
- Attributief
- echtst
- "Hij is de echtst echte persoon die ik ken."
- Predicatief
- echtste
- "Zij is de echtste in deze groep."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Let op: 'echt' kan ook gebruikt worden om oprechte gevoelens aan te duiden, zoals in 'ik ben echt blij'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.