Efficiënt
Attributieve vormen
Als je 'efficiënt' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het soms. Bij 'de' of 'het' (bepaald) zeg je 'efficiënte': 'de efficiënte werknemer'. Bij 'een' (onbepaald) zeg je ook 'efficiënte': 'een efficiënte machine'. Zonder lidwoord (bijvoorbeeld in algemene zinnen) gebruik je 'efficiënt': 'efficiënt werk'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'efficiënt'. Je zegt dus niet 'hij is efficiënte', maar 'hij is efficiënt'. Voorbeeld: 'Deze aanpak is efficiënt'.
Vergrotende trap
Als je wilt zeggen dat iets meer efficiënt is, gebruik je 'efficiënter'. Je voegt '-er' toe aan het woord. Bijvoorbeeld: 'Deze methode is efficiënter'. Als je twee dingen vergelijkt, gebruik je 'dan': 'Dit is efficiënter dan dat'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als iets het meest efficiënt is, gebruik je 'efficiëntst' of 'efficiëntste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'efficiëntst': 'Dit is het efficiëntst'. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je 'efficiëntste': 'de efficiëntste oplossing'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- spelling:Let op de spelling: in de vergrotende en overtreffende trap verandert de 'ë' in een 'e' met een trema (efficiënter, efficiëntst).
- usage:'Efficiënt' wordt vaak gebruikt in formele of zakelijke contexten, zoals werk, machines of processen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.