🇳🇱
de-hetZelfstandig naamwoordB1

Enkelvoudsvormen

Het woord 'enkel' verwijst naar het deel van het lichaam dat de voet verbindt met het been.

Bepaald (de/het)
de enkel
"De enkel is gebroken."
Onbepaald (een)
een enkel
"Een enkel kan pijn doen."
Zonder lidwoord
enkel
"Het was een enkel dat hem hinderde."

Meervoudsvormen

Meervoud is 'enkels'.

Bepaald (de)
de enkels
"De enkels zijn gezwollen."
Zonder lidwoord
enkels
"Enkels kunnen snel zwellen."

Verkleinwoord

enkelkje
"Het enkelkje is klein en schattig."

Diminutief is niet gebruikelijk voor dit woord.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • enkelband

    "Hij draagt een enkelband."

    een band om de enkel

  • enkelblessure

    "Ze heeft een enkelblessure opgelopen tijdens het sporten."

    blessure aan de enkel

Veelgebruikte woordcombinaties

  • enkel gewricht

    "Het enkel gewricht is belangrijk voor de beweging."

    Verwijst naar het gewricht bij de enkel.

  • enkelsteun

    "Ik heb een enkelsteun nodig als ik ga hardlopen."

    Een hulpmiddel voor extra ondersteuning van de enkel.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Het woord 'enkel' is telbaar, maar meestal in de context van verschillende enkels.
  • usage:'Enkel' kan in zowel medische als alledaagse contexten worden gebruikt.
  • register:In formele medische contexten is een beschrijving zoals 'enkelblessure' gebruikelijk.
  • irregular:Diminutiefvorm wordt zelden gebruikt voor 'enkel', en heeft meestal geen speciale betekenis.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.