Ergeren
Hulpwerkwoord
hebben
reflexief werkwoord (zich ergeren)
Dit werkwoord wordt vaak gebruikt om irritatie of ongenoegen uit te drukken over iets of iemand. Het is meestal reflexief (zich ergeren).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik erger me vaak aan mensen die hun afval op straat gooien.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij ergerde zich gisteren aan de harde muziek van de buren.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben ons geërgerd aan de onbeleefde ober.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Erger je niet aan dingen die je niet kunt veranderen.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.