🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'familielid' betekent een persoon die tot je familie behoort. Je gebruikt 'het' omdat het een het-woord is.

Bepaald (de/het)
het familielid
"Het familielid woont in Amsterdam."
Onbepaald (een)
een familielid
"Een familielid heeft me geholpen."
Zonder lidwoord
familielid
"Familielid is belangrijk in je leven."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'familielieden'. Dit woord gebruik je om meerdere familieleden aan te geven.

Bepaald (de)
de familielieden
"De familielieden zijn gekomen voor het feest."
Zonder lidwoord
familielieden
"Familielieden komen soms van ver."

Verkleinwoord

familielidje
"Ik noem hem mijn familielidje."

Diminutief wordt informeel gebruikt, vaak met een schertsend of lief woordje.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • familieband

    "Familiebanden zijn sterk."

    de relatie binnen een familie

  • familiefeest

    "We hebben een familiefeest georganiseerd."

    een samenkomst van de familie

Veelgebruikte woordcombinaties

  • dichtbij familielid

    "Hij woont dichtbij een familielid."

    Het geeft aan dat er een nauwe relatie is tussen de mensen.

  • familielid bijwonen

    "Je moet een familielid bijwonen in het ziekenhuis."

    Dit betekent dat je er voor iemand uit de familie moet zijn in moeilijke tijden.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Familielid' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt er cijfers voorzetten, zoals 'twee familielieden'.
  • irregular:De meervoudsvorm 'familielieden' is niet een directe verandering van de enkelvoudsvorm. Het wordt in het Nederlands op deze speciale manier gevormd.
  • register:In formele teksten lijkt 'familielid' meer neutraal, terwijl het in informele gesprekken ook met een diminutief gebruikt kan worden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.