🇳🇱
hetZelfstandig naamwoordB1

Enkelvoudsvormen

Feit betekent iets wat waar is of bewezen kan worden.

Bepaald (de/het)
het feit
"Het feit is duidelijk."
Onbepaald (een)
een feit
"Een feit dat iedereen kent."
Zonder lidwoord
feit
"Feit is belangrijk in wetenschap."

Meervoudsvormen

Feiten bestaan uit meerdere waarheden of bewijzen.

Bepaald (de)
de feiten
"De feiten zijn overtuigend."
Zonder lidwoord
feiten
"Feiten zijn cruciaal voor het onderzoek."

Verkleinwoord

feitje
"Een feitje dat ik graag deel."

Het gebruik van 'feitje' maakt het minder serieus en speelser.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • feitenbewijs

    "Je moet een feitenbewijs tonen."

    bewijs dat bestaat uit feiten

  • feitelijke situatie

    "De feitelijke situatie is complex."

    de werkelijke toestand

Veelgebruikte woordcombinaties

  • feit of fictie

    "Is dat feit of fictie?"

    Een vraag of iets waar is of niet.

  • feitelijkheid

    "De feitelijkheid van zijn verklaring is twijfelachtig."

    De waarheid of werkelijkheid van iets.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Feit' is telbaar, je kunt zeggen: 'een feit' of 'meerdere feiten'.
  • register:In formele contexten zoals onderzoek gebruiken we 'feit' vaak. In informele gesprekken gebruiken we ook 'feit'.
  • usage:In de wetenschap is een feit essentieel, het is een basis voor argumenten en discussies.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.