Infinitief Wij willen leren fermenteren.
Tegenwoordig deelwoord De fermenterende groenten ruiken heerlijk.
De fermenterende drank moet goed in de gaten gehouden worden.
Tegenwoordig deelwoord Ik ben fermenterend op de keuken.
Zij is fermenterende met de ingrediënten.
Verleden tijd ik
Ik fermenteerde de groenten afgelopen zomer.
jij / je
Jij fermenteerde de kool zo goed.
u
U fermenteerde de thee naar perfectie.
hij
Hij fermenteerde het deeg om brood te maken.
zij / ze
Zij fermenteerde de groenten voor de salade.
het
Het mengsel fermenteerde snel.
wij / we
Wij fermenteerden de bieren samen.
jullie
Jullie fermenteerden de groenten deze winter.
Gebiedende wijs Fermenteer de groenten in een schone pot!
Fermenteert u de vis goed voor het beste resultaat!
Aanvoegende wijs Ik wens dat het goed fermentere.
Voltooid deelwoord De gefermenteerde saus was heerlijk.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.