Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de fijne boek' of 'een fijne dag', gebruik je 'fijne' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de fijne
- "De fijne cadeau was een grote verrassing."
- Met onbepaald lidwoord
- een fijne
- "Ik heb een fijne dag gehad."
- Zonder lidwoord
- fijn
- "Het is fijn weer vandaag."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'fijn': De bloemen zijn fijn.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, zoals 'fijner', gebruik je 'fijner' na 'dan': Dit boek is fijner dan dat boek.
- Grondvorm
- fijner
- "Dit boek is fijner dan dat boek."
- Met "dan"
- fijner
- "Hij vindt chocolade fijner dan vanille."
Overtreffende trap
Bij de superlative gebruik je 'fijnste': Dit is de fijnste reis die ik heb gemaakt.
- Attributief
- de fijnste
- "Dat is de fijnste stoel in het huis."
- Predicatief
- fijnst
- "Deze traktatie is het fijnst van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'fijn' beschrijft iets positiefs, zoals comfort of kwaliteit. Het kan ook betekenen dat iets prettig aanvoelt.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.