Fit
Attributieve vormen
Als je 'fit' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, voeg je meestal een '-e' toe. Bijvoorbeeld: 'de fitte sporter' of 'een fitte vrouw'. Als het zelfstandig naamwoord geen lidwoord heeft, gebruik je soms alleen 'fit', zoals in 'fit voelen'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'voelen' gebruik je altijd 'fit' zonder '-e'. Bijvoorbeeld: 'Hij is fit' of 'Zij voelt zich fit'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iemand fitter is dan iemand anders, gebruik je 'fitter'. Voor een zelfstandig naamwoord voeg je '-e' toe: 'een fittere sporter'. Bijvoorbeeld: 'Zij is fitter dan haar zus'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de hoogste graad van 'fit' gebruik je 'fitst' of 'fitste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'fitst': 'Hij is het fitst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'fitste': 'de fitste sporter'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Fit' wordt vaak gebruikt om een goede lichamelijke conditie aan te geven. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'De economie is fit'.
- spelling:In de vergrotende en overtreffende trap krijgt 'fit' een extra '-t' of '-st' achter de stam, maar de uitspraak verandert niet veel.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.