Fitten
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'fitten' kan zowel letterlijk (iets passend maken) als figuurlijk (bijv. sporten om fit te blijven) gebruikt worden. In de context van sporten is het een leenwoord uit het Engels.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik fit mijn nieuwe broek voordat ik hem koop.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je die schoenen al gefit?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij de onderdelen fitte, zou de machine weer werken.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aanvoegende wijs
Fit deze kleren voordat je ze draagt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.