NEDERLANDS
🇳🇱

Flauwekullen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk, informeel, vaak gebruikt om aan te geven dat iemand onzin praat of grapjes maakt

Dit werkwoord wordt meestal gebruikt in informele contexten en heeft een negatieve connotatie, omdat het aangeeft dat iemand onzin vertelt of niet serieus is.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Hij flauwekult vaak als hij nerveus is.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren flauwekulde hij de hele avond tijdens het feest.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Flauwekul niet zo tijdens de les!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij heeft de hele vergadering geflauwekuld.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.