Flessen
Werkwoord
Hulpwerkwoord
hebben
hebben; trans,intrans
Informeel woord dat vooral in spreektaal wordt gebruikt; in formele teksten kies je eerder 'oplichten' of 'bedriegen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Hij probeert me te flessen met een valse factuur.
tegenwoordige tijd, aantonend
We zijn bij de autoverhuur flink geflest.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonend
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.