NEDERLANDS
🇳🇱

Flexibel

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'flexibel' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Voor 'de'-woorden en 'het'-woorden met een lidwoord gebruik je 'flexibele': 'de flexibele regels', 'een flexibele aanpak'. Bij 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je soms 'flexibel': 'flexibel materiaal'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'flexibel'. Je zegt dus niet 'de regels zijn flexibele', maar 'de regels zijn flexibel'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets of iemand meer flexibel is, gebruik je 'flexibeler'. Bijvoorbeeld: 'Deze telefoon is flexibeler dan mijn oude telefoon'. Voor het-woorden met een lidwoord gebruik je soms 'flexibelere': 'een flexibelere oplossing'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Om te zeggen dat iets of iemand het meest flexibel is, gebruik je 'flexibelst' of 'flexibelste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'flexibelst': 'Dit is het flexibelst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'flexibelste': 'de flexibelste medewerker'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • spelling:In de vergrotende en overtreffende trap krijgt 'flexibel' soms een extra 'e' bij de attributieve vorm (bijv. 'flexibelere' in plaats van 'flexibeler' voor het-woord).
  • usage:'Flexibel' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iets of iemand zich makkelijk kan aanpassen aan veranderingen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.