🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

'Flos' is een zelfstandig naamwoord, het is telbaar en heeft het lidwoord 'de'.

Bepaald (de/het)
de flos
"Ik zie de flos staan in de tuin."
Onbepaald (een)
een flos
"Ik wil een flos kopen voor mijn planten."
Zonder lidwoord
flos
"Flos is een mooi woord voor deze plant."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'flossen'.

Bepaald (de)
de flossen
"De flossen van de planten zijn groen."
Zonder lidwoord
flossen
"Ik heb twee flossen in mijn kamer."

Verkleinwoord

flosje
"Kijk naar dat schattige flosje!"

Het diminutief drukt schattigheid uit.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • flosser

    "De flosser ligt in mijn badkamer."

    slechts iets dat flos gebruikt om te reinigen

  • flosdraad

    "Ik moet flosdraad kopen bij de supermarkt."

    draad dat wordt gebruikt voor flossen

Veelgebruikte woordcombinaties

  • flos gebruiken

    "Je moet flos gebruiken voor je tanden."

    Dit is een vaste uitdrukking voor tandhygiëne.

  • flos en tanden

    "Flos helpt bij de gezondheid van je tanden."

    Dit laat een verband zien tussen flos en tanden.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Flos is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:In formele situaties gebruikt men meestal de volledige term, maar in gesprekken kan het verkort worden.
  • usage:'Flos' wordt vaak gebruikt voor tuinprinters of in een medische context.
  • irregular:Er zijn geen onregelmatige vormen van 'flos'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.