Fluisteren
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'fluisteren' wordt gebruikt om aan te geven dat iemand op een zeer zachte toon spreekt, vaak om niet gehoord te worden of om anderen niet te storen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Kun je wat zachter fluisteren? Ik kan je niet verstaan.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ze hebben de hele avond gefluisterd over hun plannen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Fluisterend vertelde hij me het grote nieuws.
onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs
Als hij maar fluistere, dan hoorde niemand hem.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.