🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de foute tekst' of 'een foute beslissing', gebruik je 'foute' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de foute
"Hij leest de foute tekst."
Met onbepaald lidwoord
een foute
"Dat is een foute beslissing."
Zonder lidwoord
fout
"Het is fout."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'fout': Het antwoord is fout.

fout
"De antwoord is fout."

Vergrotende trap

Als je iets vergelijkt, gebruik je 'fouter': Deze antwoord is fouter dan die. 'Foutere' gebruik je ook voor zelfstandige naamwoorden: 'de foutere optie'.

Grondvorm
fouter
"Deze antwoorden zijn fouter dan die."
Met "dan"
foutere
"De foutere antwoorden zijn hier."

Overtreffende trap

Voor de hoogste vorm gebruik je 'foutste': Dit is de foutste keuze. In de zin 'Het is foutst' wordt 'foutst' ook gebruikt na werkwoorden.

Attributief
de foutste
"Dat is de foutste keuze."
Predicatief
foutst
"Dit antwoord is foutst van allemaal."

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.