NEDERLANDS
🇳🇱

Friemelen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'friemelen' beschrijft vaak een onrustige, zenuwachtige of afwezige beweging met de handen, vaak zonder een duidelijk doel.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik friemel vaak met mijn sleutels als ik wacht.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij friemelde aan haar trui omdat het kriebelde.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je weer aan je haar gefriemeld?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Friemelend aan zijn pen, probeerde hij zich te concentreren.

    tegenwoordig deelwoord, onvoltooid deelwoord

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.