Friemelen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'friemelen' beschrijft vaak een onrustige, zenuwachtige of afwezige beweging met de handen, vaak zonder een duidelijk doel.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik friemel vaak met mijn sleutels als ik wacht.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij friemelde aan haar trui omdat het kriebelde.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je weer aan je haar gefriemeld?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Friemelend aan zijn pen, probeerde hij zich te concentreren.
tegenwoordig deelwoord, onvoltooid deelwoord
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.