🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

'Friet' is een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.

Bepaald (de/het)
de friet
"Ik eet de friet."
Onbepaald (een)
een friet
"Geef me een friet."
Zonder lidwoord
friet
"Friet is lekker."

Meervoudsvormen

'Friet' wordt in het meervoud 'frieten'.

Bepaald (de)
de frieten
"De frieten zijn krokant."
Zonder lidwoord
vrijwel geen frieten
"Er zijn bijna geen frieten over."

Verkleinwoord

frietje
"Ik neem een frietje."

Diminutief geeft een schattige of informele betekenis.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • friettent

    "We gaan naar de friettent voor een snack."

    een kiosk waar je friet koopt

  • frietkot

    "Het frietkot is altijd druk."

    Een plaats in België om friet te kopen

Veelgebruikte woordcombinaties

  • friet met mayo

    "Ik hou van friet met mayo."

    Een populaire combinatie.

  • friet speciaal

    "De friet speciaal is met satésaus en uien."

    Een veelgegeten gerecht met friet.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Friet' is telbaar; je kunt 'een friet' of 'tien frieten' zeggen.
  • register:'Friet' is informeel en wordt vaak gebruikt in casual gesprekken.
  • irregular:'Friet' heeft geen onvoltooid verleden tijd, omdat het een zelfstandig naamwoord is.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.