Fronsen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'fronsen' wordt vaak gebruikt om een uitdrukking van verwarring, concentratie of ongenoegen aan te geven door de wenkbrauwen samen te trekken.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik frons vaak als ik iets niet begrijp.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij fronste toen ze de prijs zag.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele tijd gefronst tijdens de film.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Frons niet zo naar me!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.