Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de ganse schijf' of 'een ganse dag', gebruik je 'ganse' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de ganse
- "De ganse schijf is kapot."
- Met onbepaald lidwoord
- een ganse
- "Ik heb een ganse dag gewerkt."
- Zonder lidwoord
- gans
- "Gans is leuk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'gans': De schijf is gans.
Vergrotende trap
Als je twee dingen vergelijkt, gebruik je 'ganser': Jan is ganser dan Peter.
- Grondvorm
- ganser
- "Hij is ganser dan zij."
- Met "dan"
- ganser
- "Hij is ganser dan de ander."
Overtreffende trap
Voor de hoogste graad zeg je 'de ganste': Dit is de ganste schijf van allemaal.
- Attributief
- de ganste
- "Dat is de ganste schijf."
- Predicatief
- ganst
- "Dat is de ganst."
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.