Garen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk of overgankelijk werkwoord, vaak gebruikt in kookcontexten
Het werkwoord 'garen' wordt voornamelijk gebruikt in culinaire contexten en betekent 'langzaam koken op laag vuur'. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om aan te geven dat iets langzaam tot stand komt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Voorbeelden
Ik gaar de kip altijd in witte wijn voor extra smaak.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik de soep urenlang gegaard.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je de saus te lang laat garen, verliest hij zijn smaak.
tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.