Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de gauwe kat' of 'een gauwe bal', gebruik je 'gauwe' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de gauwe
- "De gauwe kat zit op de stoel."
- Met onbepaald lidwoord
- een gauwe
- "Ik heb een gauwe bal gekocht."
- Zonder lidwoord
- gauw
- "Hij is gauw met zijn huiswerk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'gauw': De kat is gauw.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'gauwer': Jij bent gauwer dan ik.
- Grondvorm
- gauwer
- "Hij werkt gauwer dan zij."
- Met "dan"
- gauwere
- "Deze auto is gauwer dan die."
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'gauwst': Hij is de gauwste.
- Attributief
- de gauwste
- "Hij is de gauwste van de klas."
- Predicatief
- gauwst
- "Dit is het gauwst geslepen potlood."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Gauw is een informeel woord. In formele situaties kun je 'snel' gebruiken.
- spelling:Bij de vergrotende en overtreffende trap eindigt 'gauw' respectievelijk op 'gauwer' en 'gauwst'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.