NEDERLANDS
🇳🇱

Investeren

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'investeren' kan zowel financiële als niet-financiële investeringen beschrijven, zoals tijd, energie of moeite.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik **investeer** elke maand in aandelen omdat ik denk dat de markt zal stijgen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vorig jaar **investeerde** hij in een startup, maar het bedrijf ging failliet.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft veel tijd **geïnvesteerd** in het leren van Nederlands.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Investeer** niet al je geld in één project, spreid je risico!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij **investere** in duurzame energie, twijfelt hij nog steeds.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • De **investerende** bedrijven verwachten een hoog rendement op hun kapitaal.

    tegenwoordige tijd, deelwoordconstructie

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.