Investeren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'investeren' kan zowel financiële als niet-financiële investeringen beschrijven, zoals tijd, energie of moeite.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik **investeer** elke maand in aandelen omdat ik denk dat de markt zal stijgen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar **investeerde** hij in een startup, maar het bedrijf ging failliet.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft veel tijd **geïnvesteerd** in het leren van Nederlands.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Investeer** niet al je geld in één project, spreid je risico!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hoewel hij **investere** in duurzame energie, twijfelt hij nog steeds.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
De **investerende** bedrijven verwachten een hoog rendement op hun kapitaal.
tegenwoordige tijd, deelwoordconstructie
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.