NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'blussen' wordt vaak gebruikt in de context van het doven van vuur, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om emoties te 'blussen' (kalmeren).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • De brandweer blust de brand in het bos.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de kaars geblust voordat hij naar bed ging.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Blus het vuur voordat het te groot wordt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel zij het vuur bluste, bleef er rook hangen.

    verleden tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.