Dweilen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Dweilen verwijst specifiek naar het schoonmaken van een vloer met water en een dweil. Het is een alledaagse huishoudelijke activiteit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik dweil de keuken omdat er gemorst is.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de vloer al gedweild?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Dweil jij de gang of zal ik het doen?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je de vloer dweilde, zou het hier schoner zijn.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.