Attributieve vormen
Als je zegt 'de gehele week' of 'een gehele pizza', gebruik je 'gehele' vóór het zelfstandig naamwoord. Het betekent dat iets compleet of in zijn totaliteit is.
- Met bepaald lidwoord
- de gehele
- "Ik heb de gehele week gewerkt."
- Met onbepaald lidwoord
- een gehele
- "Ik wil een gehele pizza."
- Zonder lidwoord
- geheel
- "Geheel onverwacht kwam hij op bezoek."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'geheel'. Bijvoorbeeld: 'Het probleem is geheel opgelost'. Dit laat zien dat iets compleet of volledig is.
Vergrotende trap
Als je zegt 'een geheel andere situatie', dan gebruik je 'geheel' om aan te geven dat het heel anders is. Je kunt ook 'geheel' gebruiken om te zeggen dat iets heel anders is dan iets anders, zoals in 'Hij is geheel anders dan zijn broer'.
- Grondvorm
- geheel
- "Het is een geheel andere situatie."
- Met "dan"
- geheel
- "Hij is geheel anders dan zijn broer."
Overtreffende trap
Wanneer je zegt 'de gehele groep deelnemers', gebruik je 'gehele' om de volledige groep aan te duiden. Dit betekent dat het om de totale groep gaat.
- Attributief
- de gehele
- "Dit is de gehele groep deelnemers."
- Predicatief
- geheel
- "Onze samenwerking is geheel succesvol."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Geheel wordt meestal gebruikt in formele of literaire contexten.
- spelling:Let op de spelling: 'geheel' en 'gehele' zijn twee verschillende vormen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.