Opereren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'opereren' wordt voornamelijk gebruikt in medische contexten en kan zowel letterlijk (een operatie uitvoeren) als figuurlijk (ingrijpen) worden gebruikt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jullie
Voorbeelden
De arts opereert de patiënt morgenvroeg.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft gisteren een spoedoperatie geopereerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij de patiënt zou opereren, zou het risico groot zijn.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs
Opereren moet met uiterste zorg gebeuren.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.