Ritselen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'ritsellen' beschrijft vaak een zacht, herhaald geluid zoals van bladeren, papier of kleine dieren.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je
Voorbeelden
De bladeren ritselen in de herfst.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb de hele avond met papier geritseld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ritsel niet zo tijdens de stilte!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.