Geruit
Bijvoeglijk naamwoordB1
Attributieve vormen
Als je zegt 'de geruite blouse' of 'een geruite broek', gebruik je 'geruite' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'geruit': De stof is geruit.
Vergrotende trap
Bij vergelijking gebruik je 'geruiter'. Bijvoorbeeld: 'Deze blouse is geruiter dan die blouse.'
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als je iets de hoogste trap wilt geven, gebruik je 'geruitste': 'Dit is de geruitste jurk.'
- Attributief
- Predicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.