Attributieve vormen
Als je zegt 'de geruite blouse' of 'een geruite broek', gebruik je 'geruite' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de geruite blouse
- "De geruite blouse is mooi."
- Met onbepaald lidwoord
- een geruite broek
- "Ik heb een geruite broek gekocht."
- Zonder lidwoord
- geruit
- "Die stof is geruit."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'geruit': De stof is geruit.
Vergrotende trap
Bij vergelijking gebruik je 'geruiter'. Bijvoorbeeld: 'Deze blouse is geruiter dan die blouse.'
- Grondvorm
- geruiter
- "Deze blouse is geruiter dan die andere."
- Met "dan"
- geruiter
- "Hij vindt de geruitere kussen mooier."
Overtreffende trap
Als je iets de hoogste trap wilt geven, gebruik je 'geruitste': 'Dit is de geruitste jurk.'
- Attributief
- geruitste
- "Dit is de geruitste jurk in de winkel."
- Predicatief
- geruitst
- "Dat patroon is het geruitst."
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.