Wippen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'wippen' kan zowel letterlijk (fysieke beweging) als figuurlijk (kleine bewegingen of schommelingen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik wip elke ochtend op mijn fiets naar het werk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft gisteren uren op de trampoline gewipt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wip jij even op de weegschaal?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij wat meer zou oefenen, wippe hij makkelijker over het paard.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.