🇳🇱

Zetten

Hulpwerkwoord

hebben

werkwoord

Betekent om iets te plaatsen of in een bepaalde positie te brengen.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Voltooid deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik wil de stoel daar zetten.

    infinitief, indicative

  • Ze is het document zettend in het systeem.

    tegenwoordige deelwoord, indicative

  • Hij heeft de lamp al gezet.

    voltooid deelwoord, indicative

  • Ik zet de tafel voor het diner.

    tegenwoordige tijd, indicative

  • Ik zette de stoel terug in de kamer.

    verleden tijd, indicative

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.