🇳🇱

Gis

Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de gisse plant' of 'een gisse boom', gebruik je 'gisse' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'gis': De plant is gis.

Vergrotende trap

Voor vergelijking gebruik je 'gisser': Deze plant is gisser dan die in de moestuin.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor het hoogste niveau gebruik je 'gist': Dit is de gist plant in de tuin.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Gis' wordt vooral gebruikt in specifieke contexten en kan soms minder bekend zijn.
  • spelling:Let op de spelling met 'gisse' en 'gist', dat kan verwarrend zijn.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.