Glijden
Hulpwerkwoord
zijn
onovergankelijk, sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd)
Het werkwoord 'glijden' beschrijft een soepele, vaak ongecontroleerde beweging over een oppervlak, zoals ijs of een gladde vloer.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
De kinderen glijden de hele middag op de glijbaan.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren gleed ik uit op het ijs en deed ik mijn arm zeer.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij is van de trap gegleden en heeft zijn been gebroken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je niet uitglijdt op deze natte vloer.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.