NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'gordelen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van veiligheidsgordels in voertuigen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik gordel mijn kind altijd eerst vast voordat ik zelf instap.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren gordelde hij zich niet vast en kreeg hij een boete.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je jezelf al gegordeld?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gordel je altijd vast, ook als je achterin zit.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.