NEDERLANDS
🇳🇱

Gram

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'gram' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'gramme'. Bijvoorbeeld: 'de gramme klant' of 'een gramme blik'. In sommige uitdrukkingen, zoals 'gram water', gebruik je gewoon 'gram'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'gram'. Bijvoorbeeld: 'Hij is gram' of 'Zij wordt gram'. Je voegt nooit een '-e' toe in deze gevallen.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iemand bozer is, gebruik je 'grammer'. Bijvoorbeeld: 'Zij is grammer dan gisteren'. Als je twee dingen vergelijkt, gebruik je 'grammer dan': 'Hij is grammer dan zijn zus'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'gramst' als het achter het zelfstandig naamwoord staat: 'Hij is het gramst'. Als het voor het zelfstandig naamwoord staat, gebruik je 'gramste': 'Dit is de gramste opmerking'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • spelling:Bij attributief gebruik (voor een zelfstandig naamwoord) krijgt 'gram' vaak een '-e' erbij: 'gramme'. In sommige vaste uitdrukkingen blijft het 'gram', zoals in 'gram water'.
  • usage:'Gram' wordt vooral gebruikt in formele of literaire taal. In alledaagse spreektaal zeggen mensen vaker 'boos' of 'kwaad'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.