Enkelvoudsvormen
'Griep' is een zelfstandig naamwoord en betekent een virale infectie.
- Bepaald (de/het)
- de griep
- "De griep is besmettelijk."
- Onbepaald (een)
- een griep
- "Ik heb een griep gehad."
- Zonder lidwoord
- griep
- "Griep kan heel vervelend zijn."
Meervoudsvormen
De pluralis 'griepen' verwijst naar verschillende soorten griep of uitbraken.
- Bepaald (de)
- de griepen
- "De griepen zijn dit jaar ernstiger."
- Zonder lidwoord
- griepen
- "Er waren veel griepen dit seizoen."
Verkleinwoord
Gebruik van 'griepje' suggereert dat de ziekte mild is.
informal
Veelgebruikte samenstellingen
griepprik
"Ik krijg dit jaar mijn griepprik."
een vaccin tegen griep
griepepidemie
"De griepepidemie komt elk jaar terug."
een uitbraak van griep
Veelgebruikte woordcombinaties
griep najaar
"Mensen krijgen vaak griep in het najaar."
Dit verwijst naar de tijd van het jaar waarin griep vaak voorkomt.
griep klachten
"Ze heeft griep klachten zoals koorts en hoesten."
Dit beschrijft de symptomen die bij griep horen.
Belangrijke opmerkingen
- countability:'Griep' is meestal een oncountable noun, maar in de meervoudsvorm kan het verschillende soorten of uitbraken aanduiden.
- irregular:De pluralis van 'griep' is niet regelmatig, omdat het zeldzaam is om het in meervoud te gebruiken.
- register:Het woord 'griep' wordt in dagelijkse gesprekken gebruikt, dus het heeft een informele toon.
- usage:'Griep' kan ook verwijzen naar een algemeen gevoel van malaise, niet alleen naar de ziekte.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.