🇳🇱

Grijs

Bijvoeglijk naamwoordA1
1
Simple
Past Tense
Persoon in een elegant grijs trui staand in een weids, mistig landschap met dramatische lucht, kleur grijs benadrukt in natuurlijke omgeving
2
Present Tense
Portret van een oudere persoon met grijzend haar, geschilderd in de stijl van Rembrandt met dramatisch clair-obscur
3
Past Tense
Grijze kantoorruimte met eenzame persoon achter computer, regen buiten, sombere sfeer in de stijl van Jacob van Ruisdael

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.