Grillen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'grillen' wordt vaak gebruikt in de context van koken, met name buiten koken op een barbecue of grill.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik gril elke zaterdag vis in de tuin.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft gisteren kip gegrild voor het feest.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Grillen jullie vaak in de zomer?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als ik tijd had, zou ik elke dag grillen.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.