Groepen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'groepen' betekent het ordenen of indelen van dingen of mensen in groepen, vaak op basis van een gemeenschappelijk kenmerk.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik groep de documenten op datum.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij groepten de kinderen per leeftijd.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de taken in drie groepen gegroept.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Groep de gegevens op kleur!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.