Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de grote hond' of 'een grote auto', gebruik je 'grote' vóór het zelfstandig naamwoord zoals hond of auto.
- Met bepaald lidwoord
- de grote hond
- "De grote hond staat bij de deur."
- Met onbepaald lidwoord
- een grote hond
- "Ik zie een grote hond in het park."
- Zonder lidwoord
- groot
- "Het huis is groot."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'groot': 'De hond is groot.' Dit geldt voor alle zinnen met de werkwoorden 'zijn' en 'worden'.
Vergrotende trap
Als je vergelijkingen maakt, gebruik je 'groter': 'Dit huis is groter.' Dus, als je twee dingen vergelijkt, zeg dan 'groter'.
- Grondvorm
- groter
- "Deze hond is groter dan die."
- Met "dan"
- groter dan
- "De nieuwe auto is groter dan de oude."
Overtreffende trap
Als je het hoogste niveau aangeeft, gebruik je 'de grootste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de grootste boom in het park.'
- Attributief
- de grootste
- "Hij heeft de grootste hond van de straat."
- Predicatief
- grootst
- "Dit huis is het grootst van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:In de meeste gevallen gebruik je 'grote' in de attributieve vorm, niet 'groot'.
- irregular:De vergrotende trap en de overtreffende trap zijn niet regelmatig gevormd.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.