🇳🇱
hetZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'hal' betekent een grote ruimte, vaak in een gebouw.

Bepaald (de/het)
de hal
"De hal is groot."
Onbepaald (een)
een hal
"Ik heb een hal gezien."
Zonder lidwoord
hal
"Hal is donker."

Meervoudsvormen

Het meervoud van 'hal' is 'hallen.'

Bepaald (de)
de hallen
"De hallen zijn breed."
Zonder lidwoord
hallen
"Er zijn hallen in het gebouw."

Verkleinwoord

het halletje
"Het halletje is gezellig."

Een halletje is kleiner en schattiger.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • haldeur

    "De haldeur staat open."

    deur in de hal

  • halfgang

    "De halfgang leidt naar de kamers."

    smalle gang naast de hal

Veelgebruikte woordcombinaties

  • in de hal

    "We wachten in de hal."

    Geef aan waar je bent.

  • hal en straat

    "De hal en straat zijn verbonden."

    Verwijst naar de verbinding van twee ruimtes.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Hal is telbaar, je kunt meerdere hallen hebben.
  • register:Formele situaties gebruiken 'hal' voor uitleg van ruimtes, terwijl informele situaties meer vrij zijn.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.