Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de halve appel' of 'een halve pizza', gebruik je 'halve' vóór het zelfstandig naamwoord om aan te geven dat het niet helemaal is.
- Met bepaald lidwoord
- de halve
- "De halve appel is lekker."
- Met onbepaald lidwoord
- een halve
- "Ik heb een halve pizza gegeten."
- Zonder lidwoord
- half
- "De taart is half gegeten."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'half': De appel is half. Dit laat zien dat de appel niet volledig is.
Vergrotende trap
'Halver' betekent meer dan half. Je kunt het gebruiken als je iets vergelijkt dat meer dan de helft is.
- Grondvorm
- halver
- "De halver prijs is beter."
- Met "dan"
- dan halve
- "Dit is goedkoper dan halve prijs."
Overtreffende trap
'De helft' laat zien dat iets precies de helft is van een geheel.
- Attributief
- de helft
- "De helft van de taart is weg."
- Predicatief
- de helft
- "De taart is de helft."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Half' wordt vaak gebruikt om een deel van iets aan te geven, zoals 'een halve liter'.
- spelling:'Half' kan soms als een bijvoeglijk naamwoord voorkomt voor zelfstandige naamwoorden.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.