NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk, regelmatig (met uitzondering van betekenis 'happen' als 'snappen' of 'bijten')

Het werkwoord 'happen' betekent letterlijk 'bijten' of 'snappen', maar wordt in informele context ook gebruikt om aan te geven dat iemand snel reageert op iets (bijv. een aanbod of grap).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Wat gebeurt er als je naar die grap hapt?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij hapte naar het snoep dat ik hem aanbood.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je naar dat aanbod hapt, krijg je misschien spijt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Hap niet naar alles wat ze zeggen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.