NEDERLANDS
🇳🇱

Hardlopen

WerkwoordA1

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig (sterk werkwoord)

Het werkwoord 'hardlopen' betekent snel rennen, vaak als sport of om ergens op tijd te komen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'hardlopen voor je gezondheid'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik hardloop elke dag om fit te blijven.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren tien kilometer hardgelopen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Loop hard, anders mis je de trein!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als ik meer tijd had, zou ik vaker hardlopen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.