NEDERLANDS
🇳🇱
  • Harmonie(de)
    Zelfstandig naamwoordeenstemmigheid
  • Harmonie(de)
    Zelfstandig naamwoordmuziekvereniging

Harmonie

  • deharmonie

    Zelfstandig naamwoord

    eenstemmigheid

    1. eenstemmigheid

      Algemene afspraak of overeenstemming tussen mensen; er is geen ruzie of verdeeldheid.

      De harmonie binnen het team hielp bij het nemen van snelle beslissingen.

    2. muzikale samenklank

      Het prettig samenklinken van meerdere tonen of stemmen in muziek.

      De harmonie tussen de twee zangstemmen maakte het refrein extra mooi.

    3. muziekgezelschap

      Een blaasorkest of harmonieorkest: een groep muzikanten die samen optreedt.

      De harmonie uit het dorp gaf vanavond een gratis concert op het plein.

    in harmonieharmonie bereikenharmonie herstellenmuzikale harmonieharmonie tussen
  • deharmonie

    Zelfstandig naamwoord

    muziekvereniging

    1. muziekvereniging

      Een vereniging van muzikanten (meestal blazers en slagwerk) die samen muziek speelt bij optredens en feesten.

      De harmonie speelt elk jaar op het dorpsfeest.

    2. muziek (akkoorden)

      De manier waarop akkoorden en tonen samenklinken in een muziekstuk.

      De harmonie in dat stuk is complex.

    3. samenhang/verhouding

      Een toestand waarin dingen goed op elkaar zijn afgestemd en er weinig conflict of wrijving is.

      De harmonie binnen het team bevordert de samenwerking.

    lid van de harmoniede harmonie speeltharmonieorkestkoninklijke harmonieharmonieconcert

Blijf leren